Noord-Brabants Archeologisch Genootschap


Noord-Brabantse kastelen
Verslag studiedag 29-03-2015

Verslag van de voorjaarstudiedag: "Noord-Brabantse kastelen", gehouden in kasteel Helmond te Helmond. Georganiseerd door het Noord-Brabants Archeologisch Genootschap i.s.m. BAAC en Kasteel Helmond.


Opening

Om 10.35 uur opent Peter van Nistelrooij, voorzitter van het NBAG, de dag. Gezien het thema van de studiedag is het geweldig dat we in zo'n prachtig kasteel te gast mogen zijn. Het bestuur van het NBAG is dan ook veel dank verschuldigd aan kasteel Helmond die het organisatorisch en financieel mogelijk maakte. Ook bedankte de voorzitter de sponsor BAAC en Helmonds gemeentelijk archeoloog; Theo de Jong. Mede door hun inzet heeft het geleid tot een geslaagde studiedag.


Vroege burchten in het hertogdom Brabant

Spreker Bas Aarts is voorzitter van de Vereniging Vrienden van Brabantse Kastelen en is redacteur van het tijdschrift 'Het Brabants kasteel'. Bas Aarts bereidt momenteel een proefschrift (dissertatie) voor over de motte-burchten hun rol en betekenis in opkomst en groei van het hertogdom (circa 1000 - 1250). De lezing begon met een schets van de territoriale ontwikkeling van het hertogdom Brabant vanuit het graafschap Leuven. Een belangrijke ontwikkeling was dat in het jaar 1106 Orthen werd gesticht. Dit was de meest noordelijke uitbreiding van het Hertogdom. Den Bosch kwam pas in 1202 in beeld. De lezing richtte zich met name op het verschijnsel van de motte-burcht, als de meest voorkomende representant van de vroege burcht in onze streken.

'Ter Borch' Oisterwijk (Noord-Brabant) Luchtfoto (ca. 1960) met grachtrestant motte van de heren van Tilburg (12de/13de eeuw)

De eerste motte-burchten zijn eenvoudige vluchtheuvels met daarop een toren constructie van hout. Deze evaluerende eerst in algemene zin van zijn ontstaan tot de kastelen zoals wij ze nu kennen. Vaak is de toren nog duidelijk herkenbaar in een bestaand kasteel. Bas Aarts liet vele fraaie en onbekende motte-burchten zien. Alle beelden omlijst met gedetailleerde gegevens. Ook motte-burchten uit West-Europa en Zeeland werden getoond. De in Zeeland genoemde vluchtheuvels of Vliedbergen (ca. 30 stuks) zijn volgens de spreker Motte-burchten. Een aantal kenmerkende motte-burchten worden door de spreker specifieker behandeld. De keuze wordt bepaald door archeologisch onderzoek, het historisch belang van aanleg en locatie of het cultuur-historisch belang van nog bewaard gebleven relicten in het landschap. Het lopend onderzoek op basis van een uitvoerige inventarisatie geeft meer zicht op de verspreiding en de bouwkundige ontwikkeling van het object in het studiegebied door de tijd heen. De verworven kennis kan daarbij vergeleken worden met de resultaten van soortgelijk onderzoek in de naburige middeleeuwse vorstendommen, bijvoorbeeld het graafschap Vlaanderen. De multidisciplinaire aanpak tracht daarnaast ook het sociaal-politieke netwerk van de betrokken adellijke families in kaart te brengen binnen de uitgroei naar het hertogdom Brabant voor de betrokken periode. Een interessant aspect daarbij (voor het huidige Noord-Brabant) is de integratie van het oude Texandrië in het hertogdom.

Tombe van Pepijn' Landen (Vlaams-Brabant) Motte van de familie Van Landen die ca. 1165 introuwt in Tilburg en aldaar heer wordt


Bouwhistorisch onderzoek kasteel Helmond

Spreker Rob Gruben is bouwhistoricus en directeur van BAAC (Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur en Cultuurhistorie) in Den Bosch. Net als Bas Aarts is hij redacteur van het tijdschrift Het Brabants Kasteel en lid van de Nederlandse Kastelen Studiegroep. Als kastelendeskundige nam Rob de aanwezigen mee naar de duidelijk zichtbare bouwhistorisch facetten van kasteel Helmond. Het kasteel staat al bijna 700 jaar in Helmond. Veel van de geschiedenis lezen we af aan de muren en de balken.

Rob Gruben

Als vertrekpunt is gekozen voor de bouwchronologie zoals die is omschreven is in 2001 op hoofdlijnen in het boek: De kastelen van Helmond. Een macht centrum aan de rand van de Peel. Het kasteel werd bij de bouw opgenomen in een waarschijnlijk gelijktijdig ontwerp, om de marktnederzetting Helmond te voorzien van een omwalling. Helmond had haar stadsrechten vermoedelijk verkregen kort voor 1241. Het Helmonds kasteel vormde de zuidwestelijke hoek van deze stadsverdediging. Deze ingrijpende activiteiten zijn omstreeks 1320 begonnen en de realisatie ervan zal zeker meerdere decennia in beslag hebben genomen. Bovendien weten we dat het kasteel in 1331 als onderpand voor een lening werd gebruikt, die in 1335 geheel werd afgelost, waarmee het pandschap werd opgegeven. We kunnen er daarom veilig vanuit gaan dat de bouw van de Helmondse burcht in het tweede of derde decennium van de veertiende eeuw heeft plaatsgevonden. Het bouwhistorisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat men er in eerste instantie vooral op gericht was een ommuring met vier hoektorens en een in tweeën opgedeelde woonvleugel onder een zadeldak te realiseren. Het onderzoek kon zelfs aantonen dat de beide voorste torens nog lange tijd laag en onafgebouwd zijn gebleven: de woonvleugel en aansluitende torens aan de achterzijde hadden klaarblijkelijk meer prioriteit. Van enige stenen of permanente bebouwing op het binnenplein is in die eerste fase nog geen sprake. Waarschijnlijk zijn er wel semipermanente houten gebouwen op het plein aanwezig geweest, maar de aanvankelijke opzet om een zo leeg mogelijk binnenplein te creëren springt toch het meest duidelijk in het oog bij deze vroege vierkante burchten.

Eerste bouwfase van het kasteel van Helmond, ca. 1320 tekening Emile Krijgsman, BAAC BV

De opdrachtgever en bouwheer stamden uit het aanzienlijke maar verarmde Brabantse geslacht Berthout van Berlaer, en heette Jan. De financieel gezonde heerlijkheid Helmond, die hij in 1314 verkreeg, bood een interessante basis om letterlijk op verder te bouwen. In het hierboven al genoemde boek is een compleet hoofdstuk aan de heren en vrouwen van het Helmonds kasteel gewijd.

Kasteel Helmond als adelijke woning

Zo ongeveer op de overgang van de dertiende naar de veertiende eeuw zien we dat het vierkante kasteel niet alleen meer algemeen gangbaar wordt, maar tevens door minder aanzienlijke heren als woonstede werd gekozen. Daarvoor was dit type burcht vooral een uitvalsbasis voor legertroepen. Aanvankelijk- in de late dertiende eeuw- was het realiseren van dergelijke grote complexen namelijk zowel politiek als financieel voorbehouden geweest aan de landsheerlijke adel, die veel meer dan de latere, meer lokale adel, haar territorium moest bewaken en haar aanspraken daarop kracht moest bijzetten. Vaak gebeurde dat met veel uiterlijk vertoon van macht in de vorm van legertroepen, waarvoor het nieuwe type van de vierkante burcht dan een geschikte uitvalsbasis vormde. Vanaf ongeveer 1300 zien we echter ook minder belangrijke edellieden met een goed gevulde beurs voor dit type kiezen. Nadat het kasteel in de tweede helft van de veertiende eeuw geschikt was gemaakt voor het gebruik van vuurgeschut, hoe beperkt dat ook geweest moge zijn, bouwde men snel door naar een U-vormig complex met drie vleugels rond de nog steeds tamelijk grote binnenplaats.

Donderbussen en schietgaten

Zo vanaf het midden van de veertiende eeuw zien we een verdere ontwikkeling, gestuurd door de opkomst van het vuurgeschut. We weten dat al in 1346 donderbussen aanwezig waren op kasteel Vreeland. Daarna nemen de meldingen over het gebruik van vuurgeschut snel toe, bijvoorbeeld in 1348 te Deventer en 1351 te Den Haag. Aanvankelijk waren die bussen gevaarlijker voor de gebruiker dan voor degenen op wie ze gericht werden, maar dat veranderde snel. Het logische gevolg was dat kastelen hun verdedigingssystemen hierop gingen aanpassen. De oude schietgaten voor pijlen boog maakten geleidelijk plaats voor meer moderne schietgaten voor vuurgeschut. Ook in Helmond is deze ontwikkeling waarneembaar, want op kelderniveau is bij de torens te zien dat de oude sleuven voor het boogschieten verbouwd werden voor haakbussen, waarbij de onderzijde van de schietgaten oorspronkelijk gevormd werd door vier natuurstenen blokken, die samen een ronde mond vormden voor de donderbus. Die verbouwing vormt een belangrijke bevestiging voor de al eerdere genoemde datering van de bouwtijd van het kasteel omstreeks 1320. Dat doet overigens ook het toegepaste metselverband, want dat is bij Helmond een Vlaams verband dat in deze streken vrij abrupt rond 1325 in onbruik raakt. De oorspronkelijke hoogte van de Helmondse schietnissen voor pijl en boog is tamelijk gering. En daarmee stuiten we op een merkwaardig nieuw inzicht. Een Duitse studie uit 2011 heeft namelijk aangetoond dat de aangebrachte schietgaten van een vijftal kastelen in de Elzas, twee burchten aan de Midden-Rijn en een versterking in de Pfalz -alle daterend uit de periode 1250-1350, dus de tijd voor het vuurgeschut- in verreweg de meeste gevallen totaal onbruikbaar waren. De conclusie is onmiskenbaar dat deze schietsleuven eigenlijk meer een symbolische afschrikfunctie hadden dan dat zij werkelijk militair defensief nut hadden. We kunnen niet uitsluiten dat dit ook voor de Nederlanden opgaat. Een leuk weetje uit de Duitse studie wil ik u niet onthouden. In de meeste gevallen kon de boogschutter niet met zijn circa 1,60 meter lange boog in de schietnis staan: de nissen waren hiervoor niet hoog genoeg. Dit hield in dat de boogschutter aan de binnenkant van de muur voor de nis moest gaan staan wilde hij kunnen schieten. Maar daardoor werd zijn zicht door de smalle schietsleuf enorm beperkt. Het gezichtsveld was zo smal, dat wanneer een aanvaller op 15 meter afstand -dus laten we zeggen aan de overkant van de gracht- voorbij liep, de boogschutter slechts 0,06 seconde de tijd had om hem te raken! U ziet hoe onmogelijk het praktische militaire gebruik was.

Detail frontmuur waarin werpsleuven en kantelen te herkennen zijn, BAAC BV

Speciaal was het filmpje wat Rob Gruben liet zien. Op een onderzijde van een latei waren nog zeer duidelijk de brandsporen te zien van een brand uit de nacht van 10 op 11 februari 1549! Dat is het bijzondere van kasteel Helmond, uit de bouwsporen kun je heel veel lezen als je er oog voor hebt. Helaas, de gehele studiedag regende het heftig en bleven de meeste deelnemers noodgedwongen binnen. Onder leiding van de Gooise architect J.W. Hanrath (1867-1932) werden ingrijpende restauratie werkzaamheden uitgevoerd, waarbij onder andere de barokke gevel werd afgebroken. Hanrath zorgde ook voor de vele ramen die de voorheen gesloten buitenzijde van het kasteel nu plots verkreeg. Die ramen waren noodzakelijk vanwege de functie als gemeentehuis die het gebouw zou gaan vervullen. Dat bracht ook met zich mee dat op het binnenplein aan twee zijden voor de oude woonvleugels een nieuwe muur werd opgetrokken, waardoor in lengterichting langs de vleugels een gang ontstond. Uiterst praktisch, zeker, maar het binnenplein werd er wel aan zienlijk door verkleind. Hoewel het middeleeuwse karakter door de ingrepen ernstig werd aangetast, is de bouwmassa zelf voor het merendeel intact gebleven. Bovendien werd er in de jaren twintig van de vorige eeuw met veel vakmanschap, kennis en traditionele technieken gewerkt, waardoor een verzorgd complex ontstond en het bestaan van het gebouw weer voor langere tijd was gegarandeerd. Tot 2001 heeft de gemeente er geresideerd, waarna het kasteel de huidige functie van museum kreeg.

Kasteel Helmond ca. 1955

Het 'Oude Huys' van Helmond: machtig en prachtig

Theo de Jong is gemeentelijk archeoloog van Helmond en Eindhoven. In het moerassige beekdal van de Aa in Helmond werd op het einde van de twaalfde eeuw (rond 1175 na Chr.) een imposante burcht gebouwd met zware eiken heipalen, balken en planken. De burcht bestond uit verschillende houten gebouwen, bijgebouwen en een poortgebouw met mogelijk drie verdiepingen en een valbrug. Het geheel was omsloten met een palissade van palen en lag goed beschermd in het water van de rivier de Aa, met haar moerassige laagten. Het gebied ligt in een knooppunt van beken en belangrijke verbindingswegen. Sinds enkele jaren weten we dat in de omgeving van de Haag in Helmond niet alleen het Oude Huys, ofwel het Slot van Helmond stond, maar later ook nog een andere burcht met de naam De Borch moet zijn geweest. Na het vergelijken van oude kaarten en archieven blijkt dat er nabij de plek waar de Derde Haag-straat op de Eerste Haagstraat uitkomt, tot begin 16de eeuw een omgracht perceel lag met de naam De Borch. Het hoefijzer vormige perceel werd ook wel het Rinkvelt genoemd.

Situatie ca. 1540

Het perceel van de Borch blijkt in het bezit te zijn van het klooster Floreffe. Het perceel waar het slot van Helmond (het Oude Huys) stond is in bezit van de heren van Helmond. De Borch en het Oude Huys maakten deel uit van een middeleeuws gehucht dat vanaf de volle middeleeuwen (900-1200 na Chr.) was bewoond. Er zijn bij opgravingen paalsporen aangetroffen van boerderijen, greppels en kuilen uit deze periode. In 1980 kwam het terrein, na het slopen van fabrieksgebouwen, beschikbaar. Leden van de Heemkundekring Helmond Peelland vonden al snel een groot aantal palen in de bodem. De heipalen en verschillende houtconstructies warendoor de natte beekdalbodem bijzonder goed bewaard gebleven. Het Oude Huys was, in tegenstelling tot andere kastelen, woonhuizen en boerderijen, niet gebouwd op een zandige verhoging in het landschap, maar midden in het natte beekdal, op moerige gronden. Vandaar dat honderden heipalen nodig waren om de gebouwen te dragen. De heipalen waren gemaakt van dikke aangepunte eiken boomstammen. In de nadagen van het Oude Huys, toen de houten burchtgebouwen aan vervanging toe waren, werd op het terrein nog een stenen toren gebouwd, met een diameter van bijna veertien meter. De fundamenten van deze toren zijn aangetroffen tijdens de opgravingen op het burchtterrein van het Oude Huys.

Opgraving tekening terrein Oude Huys

De baksteenformaten en het (VIaamse) metselverband komt overeen met de vroegste bakstenen gebouwen in onze omgeving. Woontorens (ook wel Donjon genoemd) hadden vier verdiepingen met telkens een groot vertrek. In de muren was een wenteltrap uitgespaard, evenals haardplaatsen, latrines en kasten. Fragmenten van glas-in-lood en leisteen wijzen op ramen en dakbedekking.

Opgraving van het Oude Huys in 1980 o.l.v. Jacques van Hooydonk

Tijdens de opgravingen bij het Oude Huys zijn veel bijzondere vondsten verzameld. Fraai bewerkte zilveren gespen, de vroegste metalen (zilveren) lepels, sierbeslag van Heraldische schilden, schaakstukken van ivoor, wapentuig, botten van jachtwild, valkerij en exotisch pluimvee(zoals pauw), houten schaaltjes en een grote hoeveelheid aardewerk en steengoed. Dankzij de natte bodem zijn veel uitzonderlijke en kwetsbare voorwerpen, zoals botten en leer en hout, bewaard gebleven. Theo de Jong liet de ene mooie afbeelding na de andere zien. De rijke variatie aan vondsten wijst op een zeer welgesteld milieu: het is immers het afval van de hoogste adel van Helmond.

Het schaakstuk van Helmond met zijn geheimzinnige Runetekens onder op zijn voet.


De resultaten van de opgravingen zijn niet alleen voor Helmond bijzonder: in Nederland is geen vergelijkbare houten burcht onderzocht. Zelfs op het vasteland van noordwest Europa zijn geen parallellen bekend. Het Oude Huys is, vanwege de vele exclusieve vondsten, de rijkste archeologische kasteelvindplaats van Nederland. Met de bouw van het nieuwe (nog steeds bestaande) kasteel kwam de houten moerasburcht en de bakstenen donjon in de Haag op de tweede plaats. Het eens zo machtige Slot van Helmond werd sindsdien het Oude Huys genoemd.

Theo de Jong

Kantelen onder stof: de burcht Strijen en de Hofstede van Drimmelen afgestoft. Oud kasteelonderzoek in een nieuw licht.


Hans Koopmanschap

Op 17 april promoveert Hans Koopmanschap aan de Universiteit van Tilburg. Het onderwerp van zijn proefschrift is de bewonings- en ontginningsgeschiedenis van de Langstraat en het zuidelijke dekzandgebied over de periode 1100-1450 na Chr. Als case voor de studiedag heeft hij de burcht Strijen en de Hofstede van Drimmelen gekozen. De hofstede van de heren van Drimmelen lag onder de muren van Geertruidenberg en werd in 1976 onderzocht door de dan nog prille Oudheidkundige Kring Geertruydenberghe. Jarenlang stond het materiaal in garages en uiteindelijk op zolder in de Schattelijn totdat het materiaal in 2004 in samenwerking met de vrijwillige archeologen van de Oudheidkundige Kring opnieuw bekeken en de resultaten geherinterpreteerd.

Hofstede Drimmelen

Op een soortgelijke wijze werd tussen 2006 en 2008 in samenwerking met amateur archeoloog Mohammed Bahiaoui het materiaal van het Huis Strijen doorgewerkt zoals dit door de stichting Oosterhouts Cultuur Goed bijeen was gebracht en bijeen werd gehouden. Onverwacht veel vondstmateriaal en circa 30 archeologisch complete objecten werden voor het eerste beschreven en nader bekeken naar de hedendaagse maatstaven. Omdat de uitwerking van zowel de hofstede als het kasteel Strijen gelukkig nog kon worden gedaan met de oorspronkelijke onderzoekers kon alsnog veel extra gegevens en verhalen over het onderzoek worden vastgelegd en de reeds beschreven data nader toegelicht. Van de hofstede is inmiddels een afzonderlijk rapport verschenen en voor het materiaal van het kasteel Strijen is voorzien in een overzichtsartikel in 2016. Het spreekt vanzelf dat beide kasteelterreinen uiteraard een eigen plaatsje hebben gekregen in het proefschrift "Grensgebied tussen zand en Veen".

Kasteel Strijen


Ontdekking van een Burcht aan de Burgstraat

Antoine Wilbers is Senior projectleider archeologisch onderzoek en fysisch geograaf bij IDDS-Archeologie. In 2013 is bij een archeologisch proefsleuven onderzoek door IDDS Archeologie een kasteel gevonden. Het onderzoek vond plaats aan de Burgstraat in Giessen in het kader van een herontwikkeling van het terrein. Naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek zijn er verschillende andere archeologische onderzoeken uitgevoerd en is uiteindelijk een deel van het kasteelterrein opgegraven. De uitwerking van de opgraving is nog in volle gang en er is daarom nog geen overzicht van de verschillende conclusies. Antoine Wilbers nam de toehoorders mee in de beleving van de opgraving. Volgens KNA normen wordt in 2011 begonnen met een quickscan en bureau onderzoek. Het onderzoeksgebied ligt op de oeverwal van de Alm. Het resultaat was dat er hoge kans was op archeologische waarden. Er werden vondsten verwacht vanaf de Romeinse tijd tot aan de nieuwe tijd. Uit booronderzoek bleek dat inderdaad de locatie op een overwal ligt. De locatie blijkt ca. 1 meter opgehoogd te zijn. Het advies was met proefsleuven meer te ontdekken over de Romeinse resten. Uit de eerste twee proefsleuven werd een soort gracht ontdekt en kinderen speelden met bakstenen van 25 cm lengte uit de storthoop. Er werd een 1 meter dikke muur ontdekt. In een boek uit 2004 auteur Peter van Eeten stond een vermelding van een kasteel van de heer van Giessen. Uit de archieven bleek dat er in 1309 toestemming was verleend om een nieuw kasteel te bouwen, maar dit werd pas gebouwd in 1364 en wel een stukje noordelijker. Dit kasteel werd opgedragen aan de Graaf van Holland door de Heer van Giessen.


Giessen


Resultaten van de opgraving:

In werkput 4 is het kasteel aangetroffen. Het zijn voornamelijk de funderingen van de ringmuur met acht steunberen (zie foto). De muur strekt zich buiten het plangebied uit. Alle bakstenen van het kasteel zijn primair gebruikt. De ringmuur is aan de buitenzijde volledig omgeven door de gracht, waarvan het merendeel uit puinvulling met én of meerdere dempfases bestaat.

Bewerkte foto van de in werkput 4 aangetroffen muurresten van het kasteel. Het betreft de ringmuur met steunberen aan de binnenzijde.

Aan de zuidzijde van de gracht zijn ook nog twee baksteendumpplekken waargenomen. Het vlak aan de binnenzijde van de ringmuur bestaat uit klei met zandlaagjes. Het kasteelterrein is opgebouwd op zand. Mogelijk is de bovenliggende grond, de zandige klei van oeverafzettingen, afgegraven voor baksteenproductie voor de bouw van het kasteel. Er is geen insteek van de muur waargenomen. Kleurverschillen zijn te wijten aan oxidatie/reductie grondwater. De klei is homogeen. In het noorden is een ronde houten plaat met een diameter van circa 50 cm aangetroffen. Het betreft mogelijk een bodem van een ton. In het centrale deel is een baksteenfundering aangetroffen.

Antoine Wilbers

Doordat deze fundering grenst aan de begrenzing van het plangebied kon dit niet helemaal vrij gelegd worden. De baksteenfundering lijkt nu L-vormig te zijn. De fundering moet in ieder een pendant hebben, zodat er eerder sprake is van een U-vorm. Mogelijk was er sprake van een gemetselde boog, omdat dit een bewezen stevige constructie is, terwijl het bakstenen uitspaart. Een hoogte van 8 m met drie of vier bouwlagen zou goed mogelijk kunnen zijn. Door de verschillende muren gaan diverse uitbraaksleuven. Aan oostelijke putrand zijn verstoringen zichtbaar vanaf circa 30 cm -mv tot aan bovenkant muur. In het midden, aan de zuidzijde, bevindt zich een vierkant gat, mogelijk een uitbraak. Hier is keramiek aangetroffen, onder andere bruin/paars geglazuurd steengoed (Jacoba-kan) en diverse plavuizen. Aan de binnenkant van de ringmuur is een kijkgat gemaakt om de diepte van de fundering eventuele vloertjes van baksteen te bepalen. Hierna is een profiel over de gracht (oost-west) gemaakt en oost-profiel in kaart gebracht. Met grondradar en karterend booronderzoek werd een compleet kasteelterrein gereconstureerd. In de historische gegevens staat dat het kasteel verwoest is. Dit betekent feitelijk dat het onbruikbaar gemaakt is. Dit is gedaan als afstraffing, waarvan momenteel de reden nog onduidelijk is. Gezien de staat van de ringmuur, is het kasteel zorgvuldig gesloopt. Er is steen voor steen afgebroken. Baksteenrommel is in de gracht gegooid en de bakstenen zijn gerecupereerd en hergebruikt.

tijdslijn

Sluiting


Rond 16.30 uur sluit de voorzitter van het NBAG de studiedag af met dank aan alle betrokkenen. Met ca. 75 aanwezigen, de hoge kwaliteit van de lezingen die alle uitstekend geïllustreerd werden en een goede verzorging door de medewerkers van Kasteel Helmond en cateraar Maitre Leon kunnen we weer op een zeer geslaagde studiedag terugkijken.

Namens het Noord-Brabants Archeologisch Genootschap, Peter van Nistelrooij